Uitgelicht
Minder spookfietsers en minder door-rood-rijders in Rotterdam

Minder spookfietsers en minder door-rood-rijders in Rotterdam

De gemeente heeft op twee plaatsen geëxperimenteerd met het beïnvloeden van fietsgedrag. En het blijkt te werken. Minder fietsers rijden door rood. En er wordt minder tegen de richting in gefietst. Later dit jaar beslist de gemeente over een vervolg op de experimenten om fietsen veiliger en prettiger te maken.

In een jaarlijkse enquête onder Rotterdammers werd het fietsen in Rotterdam met een zeven beoordeeld. Al twee jaar lang wordt het gedrag van medefietsers als een grote ergernis benoemd. Daarom is de gemeente begonnen met experimenten om het gedrag positief te beïnvloeden – Rotterdam wil het fietsen nog aantrekkelijker maken. Sinds 2015 zijn verschillende verbeteringen ingevoerd. Er zijn er onder andere meer fietsenrekken op straat gekomen. Maar ook comfortabelere fietspaden en kortere wachttijden voor verkeerslichten. Nu onderzoekt de gemeente dus ook of het gedrag van fietsers te beïnvloeden is, zodat het veiliger en prettiger fietsen wordt voor iedereen.

Bijna de helft minder door-rood-fietsers
Het eerste experiment ging over door rood fietsen; een grote ergernis voor andere weggebruikers. Het is niet alleen vervelend maar het vergroot ook het risico op ongelukken. Het experiment vond plaats in juni op het Eendrachtsplein. Bij het kruispunt fietst ruim een kwart van de fietsers door rood. Daarbij spelen voornamelijk drie factoren een rol:

  • Risicoperceptie: fietsers onderschatten het risico van door rood fietsen,
  • Verveling: fietsers wachten niet graag op verkeerslichten,
  • De sociale norm: fietsers kopiëren het gedrag van andere fietsers die door rood fietsen.

Twee borden zijn gebruikt om het gedrag te beïnvloeden. Een met de tekst: ‘Ook jij kan geschept worden door een auto. Dat bepaal je zelf. Wacht op groen.’ En het andere met: ‘Veruit de meeste Rotterdammers stoppen voor rood. Jij ook? Wacht op groen.’ Het eerste bord speelt in op de risicoperceptie, het tweede bord op de sociale norm. De borden hingen gedurende vier dagen om en om een half uur aan het verkeerslicht. Om te bepalen wat het effect is van de borden, zijn ze ook een aantal keer weggehaald. Tegelijkertijd is het gedrag van 2.625 fietsers geobserveerd. De resultaten zijn veelbelovend: bij het bord dat op de risico’s wijst nam het aantal roodfietsers af met 49,7%. Bij het bord met de sociale norm was de daling 48,7%. Er is aanvullend onderzoek nodig om te kijken of dit effect op de lange termijn aanhoudt.

Daling met 50 spookfietsers per dag
Het tweede experiment in juni en juli ging over spookfietsen; tegen de richting in rijden op het fietspad. Het komt op verschillende plekken in Rotterdam vaak voor. Andere fietsers schrikken ervan en het is onveilig. Dagelijks gebeurt dit zo’n 420 keer op de Erasmusbrug. Fietsers komen daar op de verkeerde helft met een noodvaart naar beneden rijden. Voor het experiment zijn grote pijlen met de goede rijrichting op het wegdek aangebracht. Fietsers die de goede kant op reden zagen een duimpje omhoog, fietsers die tegen de richting in gingen, zagen een duimpje omlaag. Een speciaal verkeerslicht ging branden als je op de verkeerde weghelft fietste. Ook was de oproep ‘Roep boe tegen spookfietsers’ te zien. Het idee van de maatregelen was om duidelijkheid over de juiste rijrichting te bieden en de norm te benadrukken: spookfietsen is ongewenst. Gedurende 25 dagen zijn 353.190 fietsers geobserveerd. Het resultaat van de interventies was 11% – bijna 50 – minder spookfietsers per dag. Het probleem kan dus met relatief simpele, goedkope maatregelen teruggedrongen worden.

Fietsexperiment

fietsexperiment 2

 

 

 

 

 

 

fietsexperiment 3

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Meer experimenten
Later dit jaar volgen experimenten tegen het gebruik van de smartphone op de fiets en fietsen zonder verlichting. Daarna besluit de gemeente of deze interventies voor herhaling vatbaar zijn.